ECLI:NL:PHR:2007:BB7973
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van nieuwe grief en bewijsaanbod in hoger beroep bij verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 1997 feitelijk uit elkaar gegaan. De ontbonden huwelijksgemeenschap is niet gescheiden en gedeeld. De kern van het geschil betreft de waardering en verdeling van aandelen in een holding, de rekening-courantverhouding tussen eiser en de holding, en de vraag of een bedrag van ƒ 18.000,- op een bankrekening aan de werkmaatschappij toebehoort.
De rechtbank heeft de rekening-courantschuld niet in de verdeling betrokken omdat niet aannemelijk was dat deze schuld deel uitmaakt van de gemeenschap. Het hof heeft dit oordeel bekrachtigd en geoordeeld dat een bij pleidooi ingebracht betoog over de in 1998 opgebouwde schuld een nieuwe grief vormt die niet kan worden toegelaten zonder ondubbelzinnige toestemming van de wederpartij.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof het oordeel omtrent de nieuwe grief begrijpelijk heeft gemotiveerd en dat het hof terecht een bewijsaanbod van eiser heeft afgewezen omdat de onderbouwing onvoldoende was. Ook het bewijsaanbod voor aanvullend getuigenbewijs met betrekking tot een contante betaling is door het hof terecht beperkt opgevat. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.