ECLI:NL:PHR:2007:BB8869
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggave beslag aan derde bij weggevallen belang strafvordering
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Haarlem waarbij een klaagschrift tot teruggave van in beslag genomen geldbedragen is afgewezen. Het beslag was gelegd onder een natuurlijke persoon, maar een derde stelde rechthebbende te zijn van de gelden en verzocht om teruggave nu het belang van de strafvordering was komen te vervallen.
De rechtbank oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel was aangetoond dat de gelden aan de derde toebehoorden en wees het klaagschrift af. De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank een strengere maatstaf hanteerde dan de rechtspraak toelaat, waarbij het criterium is of de derde redelijkerwijs als rechthebbende moet worden beschouwd, een minder zware bewijslast dan 'buiten redelijke twijfel aantonen'.
Desondanks acht de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk, omdat deze diepgaand heeft getoetst of de eigendomspretentie van de derde strookte met de feiten, en een discrepantie constateerde tussen de notariële verklaring en de omvang van de facturen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel dat het klaagschrift terecht ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het klaagschrift tot teruggave van de in beslag genomen geldbedragen is terecht ongegrond verklaard.