ECLI:NL:PHR:2007:BB9516
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en totstandkoming van borgtochtovereenkomst tussen GlaxoSmithKline en Grafisch Project Management
In deze zaak staat centraal de uitleg en totstandkoming van een borgtochtovereenkomst tussen GlaxoSmithKline B.V. (GSK) en Grafisch Project Management B.V. (GPM). GSK had borg gestaan voor verplichtingen van Stichting Financiering van Zorgvernieuwing en Zorgverbetering (FZZ) jegens GPM. Na financiële problemen van FZZ vorderde GPM betaling van GSK uit hoofde van de borgtocht.
De kern van het geschil betreft of FZZ namens GPM de borgtochtovereenkomst had kunnen sluiten, al dan niet op grond van een volmacht of schijn van volmacht. De rechtbank en het hof oordeelden dat GPM partij was geworden door het zonder protest behouden van de borgtochtakte en het latere beroep daarop, en verwierpen het beroep van GSK op het ontbreken van volmacht.
GSK stelde dat de betalingen die zij aan GPM deed, niet onder de borgtocht vielen en dat de borgtocht beperkt was tot een periode van zeven weken. Het hof oordeelde dat de borgtochtakte alle afspraken bevatte en dat er geen ruimte was voor aanvullende afspraken die de borgtocht beperkten.
De Hoge Raad bevestigt dat GPM door stilzwijgende aanvaarding partij is geworden bij de borgtocht en dat er geen sprake was van vertegenwoordigingsbevoegdheid van FZZ namens GPM. Ook acht de Hoge Raad het oordeel van het hof over de uitleg van de borgtochtakte begrijpelijk en wijst het cassatieberoep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van GSK wordt verworpen en de veroordeling tot betaling van €440.172 aan GPM blijft in stand.