ECLI:NL:HR:2007:BB9516

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/087HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg borgtochtovereenkomst en schijn van volmachtverlening in civiele procedure

In deze zaak vorderde de curator in het faillissement van Grafisch Project Management B.V. (GPM) betaling van €440.172,- van GlaxoSmithKline B.V. (GSK) op grond van een borgtochtovereenkomst. De rechtbank Amsterdam wees de vordering toe, welke beslissing door het gerechtshof Amsterdam werd bekrachtigd. GSK stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwierp het beroep van GSK en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie.

De zaak betrof onder meer de uitleg van de borgtochtovereenkomst en de vraag of er sprake was van schijn van volmachtverlening. De Hoge Raad bevestigde de eerdere beslissingen zonder nadere inhoudelijke beoordeling van deze aspecten. Het arrest werd gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van GSK en bevestigt de veroordeling tot betaling aan de curator.

Uitspraak

7 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/087HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GLAXOSMITHKLINE B.V.
gevestigd te Zeist,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans M.W. Scheltema,
t e g e n
Mr. Hermanus Hendrikus KREIKAMP, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van GPM (Grafisch Project Management) B.V., gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als GSK en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
De curator heeft bij exploot van 19 december 2003 GSK gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, GSK te veroordelen aan de curator te betalen een bedrag van € 440.172,--, met rente en kosten.
GSK heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 25 augustus 2004 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft GSK hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 15 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft GSK beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor GSK toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van GSK heeft bij brief van 11 oktober 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt GSK in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.