ECLI:NL:PHR:2008:7
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Doorbreking verschoningsrecht arts bij onderzoek naar overlijden minderjarige en kindermishandeling
In deze zaak gaat het om het verschoningsrecht van artsen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de dood van een tien maanden oude minderjarige, waarbij vermoedens van kindermishandeling door de moeder spelen. Het Leids Universitair Medisch Centrum en betrokken artsen weigerden medische gegevens te verstrekken aan het Openbaar Ministerie, ondanks toestemming van de ouders, en beriepen zich op het beroepsgeheim en verschoningsrecht.
De rechtbank had het klaagschrift van het LUMC en de artsen gegrond verklaard en het OM verboden kennis te nemen van de medische dossiers en videobanden. Het OM stelde cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad overweegt uitgebreid de criteria voor doorbreking van het verschoningsrecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin zeer uitzonderlijke omstandigheden vereist zijn.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom in deze zaak geen sprake zou zijn van zulke uitzonderlijke omstandigheden, mede gelet op het belang van waarheidsvinding bij ernstige verdenkingen van moord en mishandeling, de omvang en privacygevoeligheid van de gegevens, en het feit dat toestemming van de ouders is gegeven. Ook wordt gewezen op de plicht van de staat tot bescherming van het leven en het voorkomen van mishandeling volgens het EVRM.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde beoordeling. De zaak benadrukt de spanningsvolle afweging tussen het verschoningsrecht van artsen en het belang van strafrechtelijk onderzoek bij ernstige delicten tegen minderjarigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling vanwege onvoldoende motivering omtrent doorbreking van het verschoningsrecht.