1 In het bezwaarschrift wordt tevens opgemerkt dat onderhavige procedure dient als proefprocedure aangezien geen overeenstemming is bereikt met betrekking tot de jaaropgave 2000.
2 Hof Amsterdam, 10 april 2006, nr. P04/3658 (niet gepubliceerd).
3 Bedoeld zal zijn: 'bepalen'.
4 Besluit van 7 december 1998, nr. DB98/1382M, BNB 1999/43.
5 Zie de artikelen 20-22 van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving (vervallen met ingang van 1 januari 2001).
6 Zie kamerstukken 30 306, Stb. 2006, 184 (Inwerkingtreding van de faciliteiten voor de film uit het Belastingplan 2006). De wettelijke regels inzake de filminvesteringsaftrek in de Wet IB 2001 zijn met ingang van 1 januari 2007 te vinden in de artikelen 3.9, tweede lid, 3.12a (filmexploitatievrijstelling), 3.33 (willekeurige afschrijving), het hierboven genoemde 3.42b en 3.47a (desinvesteringsbijtelling).
7 Zie ook BNB 1978/136 en 1978/137 ('doorbraak-arresten').
8 Zie voor een uitgebreide bespreking van de verschillende gedragingen van de belastingdienst die vertrouwen kunnen opwekken, R.H. Happé, Drie beginselen van fiscale rechtsvinding, Deventer 1996, blz. 112 e.v. en P.G.M. Jansen, Beginselen van behoorlijk bestuur in het belastingrecht, Amersfoort 2006, blz. 68 e.v.
9 Zie over de vaststellingsovereenkomst A.K.H. Klein Sprokkelhorst, Overeenkomsten met de fiscus, Deventer, 1999, M.W.C. Feteris, Formeel belastingrecht, Deventer 2007, blz. 531 e.v., en P.G.M. Jansen, a.w., blz. 141 e.v.
10 Zie o.m. HR 25 november 1992, nr. 28717, BNB 1993/63, m.nt. J.P. Scheltens.
11 Zie P.G.M. Jansen, a.w., blz. 141.
12 HR 31 oktober 1973, nr. 17177, BNB 1973/254.
13 Vgl. M.W.C. Feteris, a.w., blz. 533 e.v.
14 Zie artikel 6:248, eerste lid, BW.
15 Zie artikel 6:248, tweede lid, BW.
16 Zie HR (burgerlijke kamer) 27 maart 1987, nr. 12807, NJ 1987/727 (Ikon-arrest).
17 De werking van het vertrouwensbeginsel voor de vaststellingsovereenkomst is duidelijk samengevat door Wattel: "Een fiscaal compromis contra legem is niet in strijd met de wet", in: P.J. Wattel, 'De reikwijdte van de fiscale vaststellingsovereenkomst', WPNR 1996/6217 en 6218.
18 Zie het hiervóór in 5.11 besproken arrest.
19 Vgl. HR 7 mei 1997, nr. 32658, BNB 1997/221, m.nt. Hoogendoorn.
20 Zie ook NTFR 2005/1672, m.nt. Van der Wal.
21 Zie ook R.H. Happé, a.w., blz. 216-217.
22 Zie bijv. HR 7 mei 1997, nr. 31658, BNB 1997/221, m.nt. Hoogendoorn. Zo ook de civiele kamer in HR 21 april 1995, nr. 15686, NJ 1997/570.
23 M.W.C. Feteris, a.w., blz. 537 e.v.
24 Vgl. HR 12 december 2003, nr. 38151, BNB 2004/213, m.nt. E. Aardema. Zo ook conclusie A-G Van Ballegooijen 21 december 2006, nr. 42933, LJN-nr. AZ8025.
25 Voor de Wet IB 1964 vloeit dit voort uit de artikelen 3 en 4 in samenhang met artikel 62; voor de Wet IB 2001 uit de artikelen 2.3 en 2.4 in samenhang met artikel 9.1, eerste lid.
26 Het Hof spreekt, m.i. ten onrechte en zonder nadere motivering, van een toezegging met betrekking tot de in 2001 gemaakte afspraken.
27 Zie voor een meer uitgebreide bespreking van de begrippen goede zeden en openbare orde in het licht van de fiscale vaststellingsovereenkomst J. Elbers, 'De fiscale vaststelling(sovereenkomst) in strijd met de openbare orde of de goede zeden', MBB 2000/67.
28 In de Wet IB 1964 geregeld in artikel 33.
29 Zie voor de civiele pendant artikel 25 (voorheen 48) van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.
30 HR 28 maart 1990, nr. 26299, NJ 1991/118, m.nt. J.P. Scheltens.
31 Zie bijv. HR 28 maart 1990, nr. 25668, BNB 1990/194, m.nt. P. den Boer.
32 Zo ook M.W.C. Feteris, a.w., p. 546: "De rechter zal inhoudelijk op het beroep moeten beslissen, en wel in overeenstemming met de gemaakte afspraken, voorzover deze rechtsgeldig zijn."
33 O.a. HR (belastingkamer) 26 april 2000, nr. 35361, BNB 2000/199, m.nt. J.W. Zwemmer, HR (civiele kamer) 19 november 1982, nr. 11941, NJ 1983/102.