ECLI:NL:PHR:2008:BA6417
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over terugbetaling van agio zonder statutenwijziging ondanks verlies bij vennootschap
Belanghebbende was enige aandeelhouder van een BV die in 2000 een agiostorting deed en vervolgens zonder statutenwijziging een groot deel van het agio terugbetaalde terwijl de vennootschap een verlies had en geen zuivere winst kende. De inspecteur rekende deze terugbetaling tot het belastbare inkomen en legde een aanslag op. Belanghebbende betoogde dat volgens het sinds 1997 geldende subjectieve aanmerkelijkbelangregime deze terugbetaling onbelast moest blijven omdat geen voordeel boven zijn investering werd behaald en er geen zuivere winst was.
Het Hof verwierp dit beroep omdat de statutenwijziging ontbrak en de wet dit vereist voor onbelaste terugbetaling. De Hoge Raad bevestigt dat de wet een statutenwijziging eist om terugbetaling van gestort kapitaal onbelast te laten zijn, ook als er geen zuivere winst is. De Hoge Raad erkent dat deze eis in dit geval leidt tot een ongerijmd gevolg, omdat belanghebbende de belasting had kunnen vermijden door de agioreserve eerst om te zetten in nominaal kapitaal en daarna een statutenwijziging door te voeren. De Hoge Raad oordeelt dat de terugbetaling van agio onder de werkingssfeer van artikel 20b, lid 1, onderdeel c, Wet IB valt en als regulier voordeel belast is.
De conclusie is dat de belastingheffing terecht plaatsvindt, ook al past deze niet volledig in het systeem van de wet zoals bedoeld. De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en kan de zaak afdoen. De uitspraak benadrukt het belang van de formele vereisten zoals statutenwijziging voor onbelaste kapitaalterugbetaling en bevestigt dat het fiscale recht eigen begrippen hanteert die kunnen afwijken van het civiele recht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en bevestigt dat terugbetaling van agio zonder statutenwijziging belast is als regulier voordeel, ook bij verlies van de vennootschap.