ECLI:NL:PHR:2008:BA7548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van gewijzigde getuigenverklaringen in navorderingsaanslagen en herzieningsmogelijkheden
Deze zaak betreft navorderingsaanslagen in de inkomsten- en vermogensbelasting en de vraag in hoeverre gewijzigde getuigenverklaringen in een strafzaak invloed kunnen hebben op de bestuursrechtelijke procedure en de mogelijkheid tot herziening van onherroepelijke uitspraken.
De Hoge Raad stelt vast dat herziening van onherroepelijke uitspraken mogelijk is op grond van feiten die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Hoge Raad benadrukt dat de cassatieprocedure beperkt is tot rechtsvragen en geen ruimte biedt voor feitelijk onderzoek naar gewijzigde verklaringen. De beoordeling van gewijzigde getuigenverklaringen behoort primair toe aan de feitenrechter, zoals het hof.
De conclusie bespreekt drie mogelijke instanties voor behandeling van de gewijzigde verklaringen: de huidige cassatieprocedure, een herzieningsverzoek tegen het arrest van de Hoge Raad zelf, en een herzieningsverzoek tegen de uitspraak van het hof. De Hoge Raad acht de laatste instantie het meest geschikt.
Verder wordt toegelicht dat gewijzigde getuigenverklaringen in het bestuursrecht, met name het belastingrecht, kunnen worden beschouwd als nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen, mits aannemelijk wordt gemaakt waarom de getuigen op hun eerdere verklaringen terugkomen. De Hoge Raad benadrukt dat de belastingrechter niet gebonden is aan de bewijsoordelen van de strafrechter en zelfstandig een oordeel moet vormen.
De Hoge Raad concludeert dat de gewijzigde verklaringen niet leiden tot cassatie van de uitspraak van het hof, maar dat herziening mogelijk is via de daarvoor bestemde procedures bij de feitenrechter.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst cassatie af en stelt dat gewijzigde getuigenverklaringen niet leiden tot cassatie van de uitspraak van het hof.