ECLI:NL:PHR:2008:BA7888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake poging zware mishandeling politieagent door inrijden met auto
Op 7 januari 2004 reed verdachte in Diemen met een auto zonder verlichting en met toenemende snelheid recht op een politieagent af. Hoewel verdachte verklaarde uit te wijken om de agent niet te raken, oordeelde het hof dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij de agent zou raken en zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Het hof veroordeelde verdachte voor poging tot zware mishandeling en een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.
Verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel over het voorwaardelijk opzet en de afwijzing van zijn verzoek tot het houden van een reconstructie om de snelheid van zijn auto vast te stellen. De Hoge Raad overwoog dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het uitwijken niet in strijd is met het aannemen van voorwaardelijk opzet, terwijl uit het uitwijken juist blijkt dat verdachte niet wilde raken. Ook was het hof niet duidelijk over de noodzaak van de reconstructie, terwijl de snelheid relevant is voor de beoordeling van het opzet.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De conclusie benadrukt dat het willens en wetens aanvaarden van een aanmerkelijke kans op letsel niet zomaar kan worden aangenomen als verdachte uitwijkt om een botsing te voorkomen, tenzij nader wordt toegelicht waarom dat niet afdoet aan het opzet.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.