ECLI:NL:HR:2001:AA9594
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij dodelijke aanrijding en bewijsuitsluiting wegens vormverzuim
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor meervoudige doodslag en poging tot doodslag, en tot ontzegging van de rijbevoegdheid wegens het rijden onder invloed en het veroorzaken van een dodelijk ongeval met drie fietsers. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen dit arrest.
Het hof had geoordeeld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zijn rijgedrag de dood van de fietsers zou veroorzaken, mede gelet op zijn hoge snelheid, het doven van de lichten en het doorrijden na aanrijdingen. De verdediging voerde onder meer aan dat bewijsuitsluiting wegens vernietiging van de auto en vormverzuim had moeten leiden tot strafvermindering, en dat het hof onjuiste motieven had gegeven.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een juiste rechtsopvatting had en voldoende had gemotiveerd dat sprake was van opzet. Ook was de bewijsuitsluiting wegens het onherstelbare vormverzuim terecht en niet onbegrijpelijk. Klachten over tegenstrijdige deskundigenconclusies en niet voldoen aan art. 343 Sv Pro faalden. Het cassatieberoep werd verworpen en het hofarrest bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid.