ECLI:NL:PHR:2008:BB4096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke grondslag en proportionaliteit gebiedsontzegging burgemeester
De zaak betreft de cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsontzegging opgelegd door de burgemeester van Rotterdam op grond van artikel 172 lid 3 van Pro de Gemeentewet.
Het hof had geoordeeld dat het bevel van de burgemeester krachtens dit artikel was gegeven en dat het bevel proportioneel en subsidiariteit voldeed gezien de ernstige en structurele overlast veroorzaakt door verdachte. De gebiedsontzegging betrof een periode van twaalf weken, langer dan de maximaal acht weken die de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Rotterdam toestaat.
De Hoge Raad stelt dat artikel 172 lid 3 Gemeentewet Pro niet bedoeld is voor situaties waarin de APV reeds voorziet en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de APV niet van toepassing kon zijn. Ook is het bevel niet proportioneel en subsidiariteit, omdat het de maximale duur van de APV overschrijdt zonder duidelijke rechtvaardiging. De bevoegdheid van de burgemeester op grond van art. 172 lid 3 is Pro een uitzonderlijke, lichte bevelsbevoegdheid bedoeld voor acute ordeverstoringen die niet door de APV worden bestreken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof de wettelijke grondslag en proportionaliteit van het bevel opnieuw moet onderzoeken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.