ECLI:NL:PHR:2008:BB4103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij hulp aan verdachte na schietincident in café
De zaak betreft verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk helpen van een persoon die schuldig was aan doodslag om aan politie en justitie te ontkomen, na een schietincident in een café op Koninginnedag 2002 in Hoorn.
Het hof sprak verdachte vrij van deze tenlastelegging omdat het ontbrak aan wettig bewijs voor het vereiste opzet. Hoewel verdachte het schot naar het slachtoffer had gehoord en de schutter uit het café had begeleid, achtte het hof onvoldoende bewezen dat verdachte de bedoeling had om de opsporing te bemoeilijken.
De advocaat-generaal voerde aan dat verdachte wel degelijk voorwaardelijk opzet had en dat het handelen van verdachte paste in het helpen ontkomen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof vrij is in de waardering van bewijs en dat het niet verplicht is om het standpunt van het OM te volgen, mits het hof zijn afwijking goed motiveert.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het oordeel van het hof dat het opzet ontbrak niet onaanvaardbaar was. Tevens wees de Hoge Raad op een wetswijziging die de reikwijdte van artikel 189 Sr Pro heeft uitgebreid, maar die niet van toepassing was op deze zaak.
De vrijspraak blijft daarmee in stand, ondanks het sterke bewijs en de omstandigheden die het OM aanvoerde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet bij het helpen ontkomen van een schutter.