ECLI:NL:HR:2008:BB4103
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs opzet begunstiging na schietincident in café
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van het behulpzaam zijn bij het ontkomen van een persoon die verdacht werd van doodslag na een schietincident in een café te Hoorn op 30 april 2002. Volgens de tenlastelegging zou verdachte de dader hebben geholpen door hem uit het café te begeleiden en weg te leiden van de politie.
Tijdens het hoger beroep sprak het hof verdachte vrij wegens het ontbreken van wettig bewijs dat verdachte opzettelijk handelde om de dader aan politie en justitie te onttrekken. Hoewel getuigen verklaarden dat verdachte de dader voortduwde en meevoerde, oordeelde het hof dat het bewijs onvoldoende was om het vereiste opzet aan te tonen.
De Advocaat-Generaal stelde cassatieberoep in, stellende dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van het openbaar ministerie. De Hoge Raad oordeelde echter dat de vrije selectie en waardering van het bewijsmateriaal aan de feitenrechter toekomt, ook bij vrijspraak, en dat het hof niet gehouden was zijn oordeel nader te motiveren.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de vrijspraak van verdachte definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor opzet begunstiging na schietincident.