ECLI:NL:PHR:2008:BB4363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over uitkering levensverzekering bij erflater als verzekeraar
Belanghebbenden ontvingen uitkeringen uit een levensverzekeringsovereenkomst waarbij hun overleden vader zowel verzekeraar als verzekerde was. De vraag was of deze uitkeringen belast zijn met successierecht. Het hof oordeelde bevestigend en paste de leer van wetsontduiking toe. Belanghebbenden stelden in cassatie dat dit oordeel onvoldoende gemotiveerd was en onjuist.
De conclusie van de advocaat-generaal bespreekt uitgebreid de juridische kwalificatie van de overeenkomst als levensverzekering, ook wanneer de verzekeraar en verzekerde samenvallen in één persoon. Daarbij wordt bevestigd dat de uitkering uit het vermogen van de erflater komt en dus successierechtelijk belast kan zijn. Artikel 11 lid 2 Successiewet Pro is niet van toepassing omdat de vordering reeds bestond bij overlijden.
De slotzinsnede van artikel 13 Successiewet Pro, die successierecht uitsluit indien niets aan het vermogen van de erflater is onttrokken, wordt niet toegepast omdat de premies door schenkingen van de erflater zijn voldaan en de uitkering uit zijn vermogen komt. De leer van wetsontduiking wordt door het hof onterecht toegepast, maar dit leidt niet tot cassatie omdat het incidentele beroep van de minister gegrond wordt verklaard.
De conclusie benadrukt dat de uitkering als fictieve erfrechtelijke verkrijging belast is, en dat de gekozen constructie niet leidt tot een onbelaste vermogensovergang. De beroepen van belanghebbenden worden ongegrond verklaard, de incidentele beroepen van de minister gegrond.
Uitkomst: De uitkeringen uit de levensverzekeringsovereenkomst waarbij de erflater tevens verzekeraar was, zijn belast met successierecht.