ECLI:NL:PHR:2009:BF3840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 12 Successiewet 1956 bij schenking door niet-ingezetene en niet-erfgenaam
In deze zaak staat de toepassing van artikel 12 van Pro de Successiewet 1956 centraal, die bepaalt dat schenkingen binnen 180 dagen voorafgaand aan het overlijden van een erflater worden beschouwd als krachtens erfrecht verkregen. Belanghebbende ontving een schenking van haar oom, die niet in Nederland woonde ten tijde van de schenking, en zij was niet als erfgenaam aangewezen. De Rechtbank Arnhem oordeelde dat artikel 12 SW Pro van toepassing is, ook in deze situatie, en dat de schenking bij de successiebelasting moet worden betrokken. Belanghebbende kwam in cassatie tegen deze uitspraak.
De discussie spitst zich toe op de vraag of artikel 12 SW Pro alleen geldt indien de schenker ten tijde van de schenking in Nederland woonde en of de begiftigde tevens erfgenaam moet zijn. De Hoge Raad bevestigt dat het niet vereist is dat de schenker ten tijde van de schenking in Nederland woonde, noch dat de begiftigde erfgenaam is. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis, internationale vergelijkingen en eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van 25 september 1996 over artikel 10 SW Pro. De ratio van artikel 12 SW Pro is het voorkomen van belastingontwijking door schenkingen kort voor overlijden, ongeacht de woonplaats van de schenker tijdens de schenking.
De Hoge Raad overweegt dat de fictie van artikel 12 SW Pro zich richt op het moment van overlijden en de periode van 180 dagen daarvoor, en niet op de woonplaats van de schenker ten tijde van de schenking. Ook het motief van de schenking is niet relevant. De uitspraak bevestigt dat de successierechten over de schenking geheven mogen worden, ook als de schenking plaatsvond toen de schenker niet in Nederland woonde en de begiftigde niet erfgenaam was. Het arrest sluit aan bij de doelstelling van de wet om dubbele belastingvoordelen te voorkomen en belastingontwijking tegen te gaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat artikel 12 Successiewet 1956 van toepassing is op schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden, ook indien de schenker toen niet in Nederland woonde en de begiftigde niet erfgenaam is.