ECLI:NL:PHR:2008:BB7662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijsuitsluiting bij doorzoeking op basis van anonieme AIVD-melding
In deze zaak gaat het om de beoordeling van de rechtmatigheid van een politie-inval en doorzoeking op grond van een anonieme melding die via de AIVD was binnengekomen. Het hof had geoordeeld dat er onvoldoende redelijk vermoeden was dat er wapens of munitie aanwezig waren op het adres van de verdachte, waardoor de doorzoeking onrechtmatig was en het bewijs uitgesloten moest worden.
De Hoge Raad stelt voorop dat een redelijk vermoeden op basis van een anonieme melding kan worden aangenomen, ook als die melding niet door andere informatie wordt bevestigd. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat de anonieme informatie onvoldoende was omdat nader onderzoek geen aanvullende belastende informatie opleverde. Dit oordeel was onjuist of onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep. De zaak betreft het bezit van een veerdrukpistool en een traangasbusje, waarvan de verdachte in eerste aanleg was vrijgesproken vanwege bewijsuitsluiting.
De conclusie benadrukt dat de betrouwbaarheid van anonieme meldingen niet altijd hoeft te worden bevestigd door andere gegevens om als redelijk vermoeden te gelden. De zaak zal opnieuw moeten worden beoordeeld met inachtneming van deze juridische uitgangspunten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij de verdachte voorlopig vrijgesproken blijft.