ECLI:NL:HR:2008:BB7662
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende redelijk vermoeden voor wapens en munitie bij anonieme melding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een namaakpistool en een traangasbusje, omdat de politie doorzoeking op basis van een anonieme melding onvoldoende was gerechtvaardigd.
De anonieme melding was door de AIVD ontvangen en bevatte informatie over wapens en explosieven op een adres in verband met een mogelijke aanslag. Deze melding werd door verschillende rechercheafdelingen onderzocht, maar leverde geen aanvullende belastende informatie op. Op grond hiervan vond het hof dat er onvoldoende redelijk vermoeden was voor een doorzoeking volgens art. 49 WWM Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat een anonieme melding een redelijk vermoeden kan vormen, maar dat het hof terecht oordeelde dat de specifieke melding onvoldoende was om de doorzoeking te rechtvaardigen. Het middel van cassatie faalt omdat het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad merkt op dat het hof niet expliciet heeft onderzocht of de bewijsuitsluiting in overeenstemming was met eerdere jurisprudentie, maar dit is niet bestreden. Het beroep wordt verworpen en de vrijspraak van de verdachte blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende redelijk vermoeden voor wapens en munitie bij een anonieme melding.