ECLI:NL:PHR:2008:BC0387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verrekening verbouwingskosten en wettelijke rente bij echtscheiding
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de verrekening en verdeling van verbouwingskosten van hun voormalig echtelijke woning, alsmede de toekenning van wettelijke rente over deze kosten. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een gemeenschap van inboedel, waarbij andere gemeenschappen van goederen waren uitgesloten.
De vrouw vorderde onder meer de helft van de verkoopopbrengst van de woning en een bijdrage in de kosten van de huishouding. Het hof bepaalde dat de verkoopopbrengst zonder verrekening van hypotheekrente bij helfte wordt gedeeld, en dat de man de tweede hypotheek volledig draagt. Tevens werd vastgesteld dat de vrouw de helft van de verbouwingskosten van € 100.407,50 aan de man moet vergoeden. De vrouw stelde dat zij geen recht had op deze vergoeding vanwege onvoldoende onderbouwing, maar het hof oordeelde dat de man zijn vordering voldoende had onderbouwd met onder meer een brief van een aannemersbedrijf en bankafschriften.
De vrouw voerde cassatie in tegen het oordeel over de huishoudgeldregeling, de vaststelling van de verbouwingskosten en de toekenning van wettelijke rente vanaf 24 september 2004. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijsaanbod over de huishoudgeldregeling niet ter beoordeling heeft toegelaten wegens onvoldoende onderbouwing. De klachten over de vaststelling van de verbouwingskosten faalden omdat het hof een voldoende onderbouwd en gemotiveerd oordeel had gegeven.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof onjuist was in de toekenning van wettelijke rente vanaf de datum van de vordering, omdat rente pas verschuldigd is vanaf het moment dat de verdeling van de gemeenschap is vastgesteld. De Hoge Raad vernietigde daarom dat deel van het vonnis en deed zelf uitspraak over de ingangsdatum van de rente.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofsoordeel over de wettelijke rente en bepaalt dat rente pas verschuldigd is vanaf de vaststelling van de verdeling van de gemeenschap.