ECLI:NL:HR:2007:BA8445
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nietigverklaring schenkingen op grond van voordeeltrekkingsverbod en misbruik van omstandigheden
De erfgenamen vorderden bij de rechtbank de nietigverklaring van schenkingen die de erflaatster aan haar verzorgster had gedaan, op grond van het voordeeltrekkingsverbod ex art. 4:953 (oud) BW en misbruik van omstandigheden. De rechtbank wees de vordering af, hetgeen het hof bekrachtigde. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het voordeeltrekkingsverbod restrictief moet worden uitgelegd en dat de schenkingen niet tijdens het verblijf in de instelling zijn gedaan, maar pas na het vertrek van de erflaatster, zodat het verbod niet van toepassing is. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de bewijslast van misbruik van omstandigheden in beginsel bij de begiftigde ligt, maar dat het hof terecht heeft geoordeeld dat in deze zaak, gelet op het tijdsverloop en de betrokkenheid van een onafhankelijke derde, de bewijslast op de erven rust.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de erven onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld om een abnormale geestestoestand van de erflaatster aan te tonen en dat het hof terecht aanvullende bewijslevering heeft geweigerd. De klachten van de erven worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de afwijzing van de nietigverklaring van de schenkingen.