ECLI:NL:PHR:2008:BC1847
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap na buitenlandse adoptie op grond van Rijkswet op het Nederlanderschap
De zaak betreft een verzoek van een in Ghana geboren meerderjarig kind, dat na adoptie door een Nederlandse vrouw het Nederlanderschap wilde verkrijgen via een optieverklaring ex art. 27 lid Pro 2 (oud) Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
De rechtbank wees het verzoek af omdat de adoptie in Ghana had plaatsgevonden en de wet volgens art. 27 lid Pro 2 (oud) RWN alleen binnen het Koninkrijk geadopteerde kinderen de mogelijkheid biedt Nederlanderschap via optieverklaring te verkrijgen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees op de wetsgeschiedenis, waarin expliciet werd gekozen buitenlandse adopties uit te sluiten van nationaliteitsgevolgen.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het beroep op het discriminatieverbod en het EVRM, omdat het EVRM geen recht op verkrijging van een bepaalde nationaliteit garandeert en de nationale wetgever vrij laat om nationaliteitsregels te bepalen. Het beroep werd verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat de optieverklaring alleen geldt voor binnen het Koninkrijk geadopteerde kinderen.