ECLI:NL:PHR:2008:BC2307
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof in zaak poging afpersing en diefstal met geweld
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van poging tot afpersing met geweld en bedreiging in Rotterdam in oktober 2003 en van diefstal met geweld in maart 2005 in Leeuwarden. De rechtbank sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, met name vanwege tegenstrijdige en onsamenhangende verklaringen van getuigen en gebrek aan ondersteunend bewijs.
Het hof bevestigde de vrijspraak, behalve voor een ander feit waarvoor het vonnis werd vernietigd. Het openbaar ministerie stelde cassatie in tegen de vrijspraak van de poging tot afpersing en diefstal met geweld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van het OM dat deze feiten bewezen konden worden verklaard.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof de motivering van de rechtbank tot de zijne had gemaakt zonder nadere argumentatie, terwijl art. 359, tweede lid Sv dit vereist bij afwijking van het standpunt van het OM. Dit gebrek aan motivering leidt tot nietigheid van het arrest. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De zaak bevat uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van slachtoffers, getuigen en verdachten, camerabeelden en technische recherche bevindingen. De feiten betreffen een gewelddadige poging tot afpersing met wapens en een diefstal met geweld waarbij een schot werd gelost in een hotelkamer. De Hoge Raad benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij afwijking van het requisitoir in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering.