1.1 In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan((1)):
(i) Verweerster in cassatie sub 1 - (een commanditaire vennootschap waarvan verweerster in cassatie sub 2 de enige beherende vennoot is; hierna Achmea te noemen) - heeft op 15 oktober 1997 met eiseres tot cassatie - (een bedrijf gespecialiseerd in projectontwikkeling, bemiddeling en verzekering met betrekking tot onroerend goed; hierna [eiseres] te noemen) - met het oog op de aankoop van (tuinbouw)gronden aan de [a-straat] in Wateringen en de planontwikkeling voor woningen daarop een overeenkomst van opdracht gesloten, die in een brief van 15 oktober 1997 van Achmea aan [eiseres] is neergelegd((2)).
(ii) In de brief van 15 oktober 1997 is onder meer het volgende vastgelegd:
o omtrent de inhoud van de opdracht:
- het exclusief voor Achmea bemiddelen bij de aankoop van gronden;
- samen met Achmea dan wel, indien Achmea dit uitdrukkelijk heeft aangegeven, zelfstandig voeren van overleg en onderhandelingen met de overheid;
- coördinatie van de activiteiten in het kader van de planontwikkeling;
o omtrent de vergoeding aan [eiseres]:
- Wanneer overeenkomsten tot koop van gronden, waarbij [eiseres] heeft bemiddeld, onherroepelijk zijn geworden, ontvangt [eiseres] 1% van het aankoopbedrag;
- Achmea is aan [eiseres] een bedrag van fl. 150.000,- verschuldigd, zodra het nieuwe bestemmingsplan, krachtens hetwelk het gebied een woonbestemming heeft gekregen, onherroepelijk is geworden;
- Voor elke woning (huur/koop) die Achmea realiseert is Achmea aan [eiseres] een bedrag van fl. 2.500,- verschuldigd;
- [Eiseres] kan geen aanspraak maken "op andere vergoedingen dan hierboven vermeld, ook niet (in) geval van een eerdere beëindiging dan het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden."
o omtrent het einde van de opdracht:
- de opdracht eindigt op het moment dat het bestemmingsplan (woonbestemming) onherroepelijk is geworden dan wel eerder als één der partijen besluit de opdracht te beëindigen. In het laatste geval wordt een termijn van drie maanden in acht genomen.
(iii) Eind 1997, begin 1998 heeft Achmea na bemiddeling van [eiseres] drie percelen grond gekocht, waarvoor zij de aan [eiseres] verschuldigde bemiddelingsvergoeding heeft voldaan.
(iv) Na deze aankoop heeft Achmea [eiseres] te kennen gegeven vooralsnog met het project niet te willen doorgaan. Van een aankoop van tuinbouwgrond zag Achmea eind januari 1998 af.
(v) Eind 1998 heeft [eiseres] de onderhandelingen (over aankoop van grond) weer opgestart en is zij ook op het politieke vlak gaan lobbyen teneinde de gemeentelijke herindeling (overgang van de bewuste grond naar de Gemeente Den Haag) te bevorderen en zo eerder voor die grond de woonbestemming vastgesteld te krijgen. Bij brief van 19 april 1999 verzocht zij Achmea haar standpunt ten aanzien van aankoop van gronden te herzien. Achmea reageerde hierop niet.
(vi) Na een brief van 2 juni 1999 van [eiseres] aan Achmea naar aanleiding van bewegingen op het politieke vlak met betrekking tot de mogelijke gebiedsuitbreiding van de gemeente Den Haag laat Achmea aan [eiseres] weten dat de onderhandelingen weer kunnen worden heropend, zodra er een grote mate van zekerheid zou bestaan dat een ander gebied in Wateringen, de Essellanden, naar Den Haag zou overgaan.
(vii) Na een verzoek van [eiseres] in een brief van 3 mei 2000 aan Achmea om op korte termijn over de voortgang van het project van gedachten te wisselen, deelt Achmea [eiseres] mee dat er met tuinders alleen zou mogen worden onderhandeld, indien zij zelf met [eiseres] contact zochten.
(viii) [Eiseres] geeft in een tweetal brieven aan Achmea nog eens uiting aan haar zorg over het project. Bij brief van 28 juli 2000 schrijft Achmea [eiseres]: " Zoals wij u enkele malen telefonisch hebben laten weten, zijn wij op dit ogenblik niet geïnteresseerd in grondaankopen in Wateringen, met name de percelen zoals bedoeld aan de [a-straat]. Ondanks het feit dat de herindeling van de regio Den Haag nu in principe voorligt, hebben wij besloten, enkel en alleen als eigenaren ons benaderen voor verkoop van gronden, hierop serieus in te gaan."
(ix) Achmea is niet meer tot aankoop van gronden overgegaan.
(x) Per brief van 17 april 2003 heeft Achmea de aan [eiseres] verstrekte opdracht beëindigd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden.
(xi) Op 24 december 2003 heeft Achmea de drie in 1997/1998 verworven percelen grond verkocht aan een derde.
(xii) De gemeenteraad van de gemeente Westland, waarin de gemeente Wateringen uiteindelijk is opgegaan, heeft op 28 september 2004 een voorbereidingsbesluit genomen, waaruit blijkt van de bedoeling om 500 woningen op het gebied aan de [a-straat] te bouwen.