ECLI:NL:PHR:2008:BC3761
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontzegging rijbevoegdheid na verkeersongeval onder invloed en aanmerkelijke onvoorzichtigheid
Verdachte werd veroordeeld voor twee feiten: het veroorzaken van een verkeersongeval met lichamelijk letsel onder invloed van alcohol en het overtreden van verkeersregels. Het hof legde een werkstraf van 100 uur op en ontzegde de rijbevoegdheid voor zes maanden voor het eerste feit en drie maanden voor het tweede.
De Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest vanwege onvoldoende bewijs van het lichamelijk letsel en gaf opdracht tot herbeoordeling. Na terugwijzing voegde het hof een nieuw verhoor toe en veroordeelde verdachte opnieuw. De Hoge Raad beoordeelde de strafoplegging en motivering, waarbij het hof onterecht voor beide feiten een ontzegging oplegde, terwijl dit wettelijk per feit één ontzegging moet zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de strafoplegging gelezen moet worden als een taakstraf van 100 uur en een ontzegging van zes maanden voor het eerste feit, met behoud van de eerder opgelegde drie maanden ontzegging voor het tweede feit. Het verweer dat verdachte zijn rijbewijs niet kan missen werd verworpen. Daarnaast werd een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie vastgesteld, wat tot strafvermindering leidt.
Ten aanzien van de schuld werd geoordeeld dat het aanmerkelijk onvoorzichtig rijden en het rijden onder invloed samen kunnen worden betrokken bij de schuldvaststelling. Het hof motiveerde voldoende dat verdachte onvoldoende afstand hield en zijn voertuig niet onder controle had, wat leidde tot het ongeval.
De Hoge Raad verwierp de overige middelen van cassatie en handhaafde de strafoplegging zoals herlezen, waarbij de ontzegging onvoorwaardelijk is en de taakstraf passend is geacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden voor het eerste feit, met behoud van een eerdere ontzegging van drie maanden voor het tweede feit.