ECLI:NL:HR:2006:AU3447
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens schuld aan dodelijk verkeersongeval met vijfjarig kind
Op 15 oktober 2001 veroorzaakte de verdachte, bestuurder van een personenbus, een dodelijk verkeersongeval in Amstelveen waarbij een vijfjarig kind werd overreden nadat het was gevallen op een fietsersoversteekplaats. De verdachte had de bus stilgezet voor de overstekende moeder en het kind, maar reed vervolgens op zonder zich voldoende te vergewissen van de positie van het kind, dat buiten zijn zicht was geraakt.
Het hof verklaarde de verdachte schuldig aan zeer onvoorzichtig en onoplettend handelen in strijd met artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en legde een taakstraf en rijontzegging op. De verdachte erkende schuld, maar gaf aan dat hij afging op een gebaar van de moeder en zich niet volledig schuldig achtte.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs voldoende was voor schuld, maar dat de strafoplegging niet voldoende was gemotiveerd, met name het oordeel dat de verdachte geen inzicht toonde in zijn verwijtbaarheid. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking had op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beslissing over de straf.
De Hoge Raad benadrukte de ernst van het ongeval, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de noodzaak van een passende straf in het belang van de verkeersveiligheid. De zaak illustreert het belang van zorgvuldigheid van bestuurders ten aanzien van kwetsbare verkeersdeelnemers en de noodzaak van een zorgvuldige motivering van strafopleggingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt schuld aan dodelijk verkeersongeval maar vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering en verwijst terug voor hernieuwde strafoplegging.