ECLI:NL:PHR:2008:BC4198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens termijnoverschrijding bij diefstalzaak
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij verstek veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal waarbij valse sleutels werden gebruikt en het wederrechtelijk wegmaken van goederen. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf gelast.
Tegen dit vonnis stelde verdachte cassatieberoep in, waarbij drie middelen werden voorgesteld door zijn advocaat. De dagvaarding voor het hoger beroep werd aan de gemachtigde van verdachte uitgereikt, wat volgens de wet wordt gelijkgesteld aan betekening in persoon. Hierdoor had verdachte binnen veertien dagen na het arrest van het hof cassatie moeten instellen.
Cassatie werd echter pas na deze termijn ingesteld, waardoor de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk verklaarde. Het verweer dat de dagvaarding verdachte niet had bereikt, werd verworpen omdat de wet uitreiking aan een gemachtigde als betekening in persoon beschouwt en eventuele communicatieproblemen voor rekening van verdachte komen. Ook werd geen schending van artikel 6 EVRM Pro vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens overschrijding van de cassatietermijn.