ECLI:NL:PHR:2008:BC5012
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling incidentele vordering tot onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad in kort geding
Newbay Enterprises Ltd. vordert in cassatie onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een kortgedingvonnis waarin de Staat is veroordeeld tot betaling van een voorschot. Het vonnis is reeds uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar onder de voorwaarde dat Newbay zekerheid stelt in de vorm van een bankgarantie van £ 330.000. Newbay wenst deze voorwaarde opgeheven te zien.
De zaak betreft een financieel geschil naar aanleiding van beslaglegging en verkoop van een hotel, waarbij de opbrengst deels is achtergehouden vanwege strafvervolging in Engeland. De voorzieningenrechter heeft de Staat veroordeeld tot betaling van een voorschot, en het hof heeft de uitvoerbaarheid bij voorraad bevestigd met de zekerheidstelling als voorwaarde.
De Hoge Raad overweegt dat art. 234 Rv Pro. slechts toelaat om een uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, maar niet om een reeds met zekerheidstelling verbonden uitvoerbaarverklaring bij voorraad onvoorwaardelijk te maken. De zekerheidstelling dient als waarborg voor de gedaagde tegen mogelijke schade bij vernietiging van het vonnis.
De Hoge Raad bevestigt dat de voorwaarde van zekerheidstelling blijft gelden totdat in de hoofdzaak onherroepelijk is beslist. De incidentele vordering van Newbay wordt daarom afgewezen. De schriftelijke toelichting in de hoofdzaak is bepaald op 19 september 2008.
Uitkomst: De incidentele vordering tot onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen; de voorwaarde van zekerheidstelling blijft van kracht.