ECLI:NL:PHR:2008:BC5603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van ouders voor inkomensschade door brandstichting minderjarige kinderen
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van ouders centraal voor de door hun minderjarige kinderen veroorzaakte brand in het veemarktcomplex te Leeuwarden, waardoor de horeca-onderneming van eiser werd verwoest. Eiser vordert vergoeding van inkomensschade over een lange periode, stellende dat hij zijn horecabedrijf niet meer kon voortzetten na de brand en het niet sluiten van een nieuwe huurovereenkomst.
De Rechtbank stelde een redelijke periode van 2,5 jaar vast waarbinnen eiser zijn inkomen op vergelijkbaar niveau had kunnen brengen en kende hem vergoeding toe. Het Hof Leeuwarden beperkte deze periode tot ruim een jaar, met als motief dat de schade na die periode het gevolg was van een huurgeschil tussen eiser en verhuurder, dat niet voorzienbaar was bij de brand. Het Hof oordeelde dat de ouders slechts aansprakelijk waren voor de inkomensschade tot dat moment.
De Hoge Raad constateert dat het Hof onjuiste aannames heeft gedaan, met name over het bestaan van een huurgeschil en de voorzienbaarheid daarvan. Ook is het oordeel van het Hof over de toerekening onvoldoende gemotiveerd en berust het op een ondeugdelijk fundament. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling, waarbij de toerekening van de inkomensschade aan de ouders opnieuw moet worden vastgesteld, rekening houdend met de juiste feiten en juridische kaders.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de toerekening van inkomensschade aan de ouders.