ECLI:NL:PHR:2008:BC5748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van een onroerende zaak in aanbouw voor onroerendezaakbelasting
In deze zaak is de vraag aan de orde of de eigenaar van een bouwterrein met een in aanbouw zijnde opstal als gebruiker van de onroerende zaak moet worden aangemerkt voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Belanghebbende, eigenaar van een bioscoop in aanbouw, betwistte dat zij als gebruiker kon worden beschouwd en beriep zich op gewekt vertrouwen dat geen aanslag zou worden opgelegd.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende terecht als gebruiker werd aangemerkt omdat zij de bouw van het pand tot stand bracht. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Raad benadrukt dat het begrip "gebruik" in de Gemeentewet en de Wet WOZ ruimer is dan het oude begrip "feitelijk gebruik" en ook het bezigen van een onroerende zaak tijdens de bouw omvat.
De conclusie bevat een uitgebreide bespreking van de jurisprudentie en wetgeving omtrent het begrip gebruik, waarbij wordt vastgesteld dat het bezigen van een onroerende zaak ter bevrediging van eigen behoeften ook tijdens de bouwfase plaatsvindt. Het beleid van gemeenten om geen aanslagen op te leggen voor panden in aanbouw is niet bindend en kan niet leiden tot een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Het arrest bevestigt de heffing van OZB-gebruikersbelasting over onroerende zaken in aanbouw.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de eigenaar van een onroerende zaak in aanbouw als gebruiker wordt aangemerkt en wijst het beroep af.