ECLI:NL:PHR:2008:BC5819
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat eigenaar pand in aanbouw als gebruiker geldt voor onroerendezaakbelasting
In deze zaak staat centraal of een eigenaar, bezitter of beperkt gerechtigde van een pand in aanbouw als gebruiker van een onroerende zaak moet worden aangemerkt voor de toepassing van de onroerendezaakbelasting (OZB) gebruikersbelasting. Belanghebbende, eigenaar van een kantoorpand in aanbouw, betwistte de aanslag gebruikersbelasting omdat zij meende dat tijdens de bouwfase geen sprake was van gebruik in de zin van de wet.
De Hoge Raad bevestigt de bestaande jurisprudentie dat het begrip "gebruik" in de Gemeentewet en Wet WOZ ruim moet worden uitgelegd. Het doen bebouwen van een ongebouwd eigendom, ook al is het pand nog niet geschikt voor het beoogde gebruik, valt onder het begrip gebruik. Dit sluit aan bij het normale spraakgebruik en de parlementaire geschiedenis van de wetgeving.
De Hoge Raad wijst erop dat de wijziging van "feitelijk gebruik" naar "gebruik" in 1995 een verruiming van het begrip beoogde, waardoor ook situaties waarin een pand in aanbouw is, onder het begrip gebruik vallen. Het feit dat het pand nog niet bewoonbaar is, doet hieraan niet af. Ook het beleid van sommige gemeenten om tijdens de bouwfase geen gebruikersbelasting te heffen, verandert niets aan de rechtsgeldigheid van de aanslag.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dan ook dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard, waarmee de aanslag gebruikersbelasting terecht is opgelegd aan belanghebbende. Deze uitspraak bevestigt de reikwijdte van het begrip gebruik en de heffing van OZB tijdens de bouwfase van onroerende zaken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de eigenaar van een pand in aanbouw is gebruiker voor de gebruikersbelasting.