ECLI:NL:PHR:2008:BC5928
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over uitleg cumulatieve tenlastelegging bij Arbeidstijdenwet en Wet goederenvervoer
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Hof te 's-Gravenhage, waarin de inleidende dagvaarding werd nietig verklaard vanwege een vermeende innerlijke tegenstrijdigheid in de cumulatieve tenlastelegging. De tenlastelegging betrof twee feiten: het niet toezien op het bezit van een erkend getuigschrift van vakbekwaamheid door een werknemer (bestuurder) van de rechtspersoon, en het verrichten van vervoer zonder dienstbetrekking volgens de Wet goederenvervoer over de weg.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding tegenstrijdig was omdat het begrip 'werknemer' in het eerste feit niet overeen zou stemmen met het feit dat de bestuurder volgens het tweede feit niet in dienstbetrekking was. De Hoge Raad overweegt dat het begrip 'werknemer' in de tenlastelegging moet worden uitgelegd overeenkomstig de definitie in de Arbeidstijdenwet, waarin ook personen buiten een dienstbetrekking als werknemer kunnen worden aangemerkt.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte de dagvaarding nietig heeft verklaard op grond van een vermeende tegenstrijdigheid die bij juiste interpretatie niet bestaat. Daarnaast benadrukt de Hoge Raad dat bij een cumulatieve tenlastelegging ieder feit afzonderlijk beoordeeld moet worden op de eisen van artikel 261 Sv Pro. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
De conclusie bevat tevens een uitgebreide juridische motivering over de uitleg van tenlasteleggingen, de betekenis van cumulatieve tenlasteleggingen en de toepassing van relevante jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof dat de dagvaarding nietig verklaarde en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.