ECLI:NL:PHR:2008:BC5982
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest poging tot doodslag wegens onvoldoende bewijs voor opzet en bevestigt afwijzing noodweerverweer
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor poging tot doodslag en meervoudige mishandeling na een incident op een verjaardagsfeest in een krakerspand te Beek, waarbij hij het slachtoffer met een mes in de rug stak. Het hof oordeelde dat verdachte bewust het mes hanteerde en de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer aanvaardde, en verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor opzet en voorwaardelijk opzet en stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte zich bewust was van het steken met het mes en de aanmerkelijke kans op overlijden heeft aanvaard. De verklaring van verdachte dat hij pas later besefte dat hij had gestoken, is onvoldoende meegenomen in het bewijs. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat het hof de grenzen van noodzakelijke verdediging terecht heeft vastgesteld als overschreden, en dat het beroep op noodweer en noodweerexces terecht is verworpen. Ook wijst de Hoge Raad op een verzuim van het hof met betrekking tot toepassing van art. 27 Sr Pro over voorlopige hechtenis, dat de Hoge Raad zelf kan herstellen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.