ECLI:NL:PHR:2008:BC6235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over poging tot diefstal uit auto en onttrekking schroevendraaier aan het verkeer
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin de verdachte werd verdacht van poging tot diefstal uit een auto in Enschede. Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte op 11 november 2004 een ruit van een auto had ingeslagen met het oogmerk goederen te stelen, maar het misdrijf niet had voltooid. Daarnaast was op 29 mei 2004 een diefstal uit een andere auto vastgesteld waarbij DNA-sporen van de verdachte waren aangetroffen.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van benadeelden, getuigenverklaringen, politieprocessen-verbaal, en een DNA-onderzoek uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut. De verdachte ontkende de feiten en voerde aan niet te weten hoe zijn bloed op de auto terecht was gekomen.
Het hof oordeelde dat de schroevendraaier die bij de verdachte was aangetroffen als inbrekersgereedschap diende te worden aangemerkt en onttrokken moest worden aan het verkeer. De Hoge Raad stelde vast dat het hof de bewezenverklaring met voldoende redenen had omkleed en dat het oordeel over de onttrekking aan het verkeer niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en verklaarde de schroevendraaier om doelmatigheidsredenen verbeurd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de bewezenverklaring en de maatregel van onttrekking aan het verkeer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en verklaart de schroevendraaier verbeurd.