ECLI:NL:PHR:2008:BC6699
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling contractuele loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid door sportblessure
In deze zaak staat centraal of een werknemer recht heeft op een bovenwettelijke loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door blessures opgelopen bij het beoefenen van zaalvoetbal, en of de werkgever deze loondoorbetaling kan weigeren op grond van schuld of toedoen van de werknemer zoals bepaald in de toepasselijke CAO.
De werknemer was langdurig arbeidsongeschikt als gevolg van blessures tijdens zaalvoetbal. De werkgever betaalde aanvankelijk alleen het basisloon en weigerde de contractuele aanvulling te betalen, stellende dat de arbeidsongeschiktheid door schuld of toedoen van de werknemer was veroorzaakt. De kantonrechter kende de aanvulling toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de werknemer geen recht had op de bovenwettelijke aanvulling omdat de arbeidsongeschiktheid door zijn schuld of toedoen was veroorzaakt.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke loondoorbetalingsverplichting onder art. 7:629 BW Pro dwingend recht is, maar dat CAO-partijen contractueel kunnen afwijken ten gunste van de werknemer. Daarbij is het toegestaan om in de CAO een ruimere uitsluitingsgrond op te nemen dan de wettelijke grond van opzet, namelijk schuld of toedoen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de werknemer met zijn risicovolle sportkeuze en het nalaten van preventieve maatregelen een verwijt kan worden gemaakt, waardoor de werkgever niet gehouden is tot de bovenwettelijke loondoorbetaling. De Hoge Raad verwerpt de cassatie en bevestigt het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkgever niet gehouden is tot bovenwettelijke loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door schuld of toedoen van de werknemer.