ECLI:NL:PHR:2008:BC6734

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00753/07 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:86 BWArt. 49 lid 2 onder b WVW 1994Art. 58 lid 2 onder e WVW 1994Art. 37 lid 1 onder f Kentekenreglement
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over teruggave inbeslaggenomen bromfiets en goede trouw verkrijging

In deze zaak gaat het om een beklag tegen het voornemen tot teruggave van een inbeslaggenomen bromfiets aan een ander dan de beslagene. De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard omdat de bromfiets gestolen was en de oorspronkelijke eigenaar zijn eigendom niet binnen drie jaar had opgeëist. De rechtbank oordeelde verder dat de bromfiets niet in het verkeer mocht terugkeren omdat er geen kenteken aan zou kunnen worden afgegeven.

De Hoge Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat voor een gestolen voertuig nooit een kenteken kan worden afgegeven, ongeacht de goede trouw van de verkrijger. Indien de verkrijger te goeder trouw was, wordt hij eigenaar op grond van art. 3:86 lid 1 BW Pro, ook al is de overdracht van een beschikkingsonbevoegde. Het feit dat het voertuig ooit gestolen was, mag niet leiden tot het ontnemen van het recht op kenteken.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling van het beklag, met inachtneming van de juiste rechtsopvattingen omtrent goede trouw en kentekenverstrekking.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de teruggave en goede trouw van de verkrijger.

Conclusie

Nr. 00753/07 B
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2008
Conclusie inzake:
[klager]
1. Bij beschikking van 2 februari 2007 heeft de Rechtbank te 's Hertogenbosch het beklag gericht tegen het voornemen tot teruggave van een inbeslaggenomen snorfiets aan een ander dan de beslagene, ongegrond verklaard.
2. Namens verzoeker heeft mr. R.F. Thunnissen, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. De Rechtbank heeft het beklag gericht tegen het voornemen tot teruggave van een inbeslaggenomen auto aan een ander dan de verzoeker als beslagene ongegrond verklaard op de volgende gronden:
"In openbare raadkamer heeft de gemachtigde van [klager] aangevoerd dat [klager] op 30 april 2004 volledig te goeder trouw voornoemde snorfiets heeft gekocht van [betrokkene 1] te [plaats A] en dat [betrokkene 2] geen beroep meer toekomt op het bepaalde in artikel 3:86, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, nu deze [betrokkene 2] zijn eigendom niet binnen 3 jaar heeft opgeëist. De gemachtigde van [klager] voert tevens aan dat voornoemde snorfiets om deze reden dient te worden geretourneerd aan [klager] in plaats van aan de oorspronkelijke eigenaar [betrokkene 2].
De rechtbank is van oordeel, dat uit de stukken voldoende is komen vast te staan, dat onderhavige snorfiets tussen 17 en 18 januari 2003 van de toenmalige eigenaar [betrokkene 2] is gestolen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de oorspronkelijke eigenaar [betrokkene 2] geen beroep meer toekomt op het bepaalde in artikel 3:86, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, nu hij zijn eigendom niet binnen 3 jaar heeft opgeëist. Wat er verder ook zij van de eventuele goede trouw aan de kant van klager, hetwelk de rechtbank gelet op de stukken niet aanstonds aanneemt, acht de rechtbank het niet verantwoord dat de gestolen snorfiets terugkeert in het maatschappelijk verkeer, aangezien aan voornoemde snorfiets nimmer een kenteken zal worden afgegeven. Gelet op het voorgaande komt voornoemde inbeslaggenomen snorfiets naar het oordeel van de rechtbank in aanmerking om te worden onttrokken aan het verkeer."
4. Het middel klaagt dat de Rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat voor een gestolen voertuig nimmer meer een kenteken kan worden opgegeven.
5. Volgens de Rechtbank zal voor de snorfiets nimmer een kenteken worden opgegeven ongeacht de vraag of verzoeker bij de verkrijging van de snorfiets te goeder trouw was.
6. Art. 3:86 BW Pro luidt - voor zover van belang - :
1. Ondanks onbevoegdheid van de vervreemder is een overdracht overeenkomstig artikel 90, 91 of 93 van een roerende zaak, niet-registergoed, of een recht aan toonder of order geldig, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is.
2. (...).
3. Niettemin kan de eigenaar van een roerende zaak, die het bezit daarvan door diefstal heeft verloren, deze gedurende drie jaren, te rekenen van de dag van de diefstal af, als zijn eigendom opeisen, tenzij:
a. de zaak door een natuurlijke persoon die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelde, is verkregen van een vervreemder die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken anders dan als veilinghouder zijn bedrijf maakt in een daartoe bestemde bedrijfsruimte, zijnde een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan met de bij het een en ander behorende grond, en in de normale uitoefening van dat bedrijf handelde; of
b. het geld dan wel toonder- of orderpapier betreft.
7. De Rechtbank stelt vast dat de bestolene niet binnen drie jaar na het verlies van het bezit van de snorfiets door diefstal zijn eigendom heeft opgevorderd. Dit betekent dat verzoeker, indien hij bij de verkrijging van de snorfiets onder bezwarende titel(1) te goeder trouw was, ingevolge art. 3:86 lid 1 BW Pro eigenaar van de snorfiets is geworden, ook al heeft hij deze verkregen van een beschikkingsonbevoegde. Waarom voor deze snorfiets aan deze eigenaar geen kenteken zou kunnen worden opgegeven heb ik niet kunnen vinden. Het gestolen zijn van een kentekenplichtig voertuig kan leiden tot ongeldigverklaring van het kentekenbewijs (art. 58 lid 2 onder Pro e WVW 1994, art 37 lid 1 onder Pro f Kentekenreglement). Daarmee is echter niet gezegd dat aan iemand die het gestolen voertuig nadien in eigendom heeft verkregen geen kenteken zou kunnen worden opgegeven.(2) Zou het hem worden geweigerd louter op de grond dat het voertuig ooit gestolen is, dan zou dat betekenen dat het bepaalde in art. 3:86 lid 1 BW Pro tot op zekere hoogte van zijn betekenis wordt beroofd omdat het voertuig door de eigenaar niet overeenkomstig zijn bestemming kan worden gebruikt. In navolging van de Officier van Justitie miskent de Rechtbank dan ook dat de wetgever bij de afweging van de belangen van de gestolene en de te goeder trouw zijnde verkrijger onder bezwarende titel er uiteindelijk(3) voor heeft gekozen dat een verkrijger te goeder trouw na drie jaar eigenaar van het aan de oorspronkelijk eigenaar ontstolen voorwerp wordt.
8. Voorts merk ik op dat het oordeel van de Rechtbank geen steun vindt in art. 49 lid 2 onder Pro b WVW1994. Deze bepaling houdt immers in dat afgifte van een kentekenbewijs kan worden geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt(4) dat de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen onvrijwillig de beschikkingsmacht over dat voertuig heeft verloren, niet dat die afgifte in dat geval wordt geweigerd.
9. Het oordeel van de Rechtbank is dus niet alleen ontoereikend gemotiveerd maar geeft ook blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in het bijzonder van het bepaalde in art. 3:86 BW Pro en art. 49 WVW Pro 1994.
10. Het middel slaagt.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het gerechtshof te 's Hertogenbosch teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Volgens verzoeker heeft hij de snorfiets gekocht voor € 675,--. De Rechtbank laat de juistheid van deze bewering in het midden. Derhalve moet van de juistheid daarvan in cassatie worden uitgegaan.
2 Desgevraagd deelde de RDW mee "dat een kentekenbewijs kan worden verstrekt aan de aanvrager die niettegenstaande het diefstalsignaal met een [ge]rechterlijk[e] uitspraak kan aantonen dat hij daartoe op grond van een eigendomsrecht gerechtigd is, al zal dit in de praktijk niet snel voorkomen."
3 Zie voor een overzicht van de omvangrijke geschiedenis van art. 3:86 BW Pro, Asser, Goederenrecht, I Algemeen goederenrecht, vijftiende druk, nrs. 322-327.
4 Zie art. 42 lid 4 WVW Pro 1994 jo art. 6 lid 1 onder Pro r Kentekenreglement.