ECLI:NL:PHR:2008:BC7679
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige gunning in aanbestedingsprocedure door gemeente Rotterdam
De gemeente Rotterdam schreef een openbare aanbesteding uit voor het storten van niet-reinigbare grond. BRF diende een inschrijving in conform het bestek, met prijzen gebaseerd op transport per schip. De gemeente hanteerde echter een verdeelsleutel waarbij 85% van het transport per as en 15% per schip zou plaatsvinden, zonder dit vooraf kenbaar te maken aan inschrijvers. Hierdoor werd BRF ten onrechte gepasseerd en werd de opdracht gegund aan de Combinatie VIA.
BRF stelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door een niet in het bestek opgenomen gunningscriterium te hanteren en dat zij recht had op schadevergoeding. De rechtbank en het hof wezen de vordering van BRF toe, oordelend dat de gemeente tekort was geschoten en BRF mocht vertrouwen op haar geschiktheid. De gemeente voerde verweer dat BRF niet aan de geschiktheidseisen voldeed, maar dit werd als tardief beoordeeld.
In cassatie stond centraal of BRF mocht vertrouwen op haar geschiktheid en of de gemeente haar bevoegdheid tot tussentijdse aanpassing van gunningscriteria of heraanbesteding kon inroepen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat BRF gerechtvaardigd mocht vertrouwen op haar geschiktheid en dat de gemeente onrechtmatig handelde door de verdeelsleutel niet bekend te maken. De gemeente had zich moeten houden aan de bekendgemaakte criteria of de procedure moeten heropenen. De schadevergoeding aan BRF blijft dan ook in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door BRF ten onrechte te passeren en dat BRF recht heeft op schadevergoeding.