ECLI:NL:PHR:2008:BC8414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de grondslag voor vaststelling kinderalimentatie bij gescheiden ouders
In deze zaak staat de vraag centraal op welke grondslag de behoefte van een kind wordt bepaald voor de vaststelling van kinderalimentatie na de scheiding van de ouders. De moeder vordert een bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van hun zoon, waarbij zij uitgaat van het gezamenlijke netto-inkomen van beide ouders. De vader betwist dit en stelt dat alleen het netto-inkomen van de moeder als uitgangspunt moet gelden.
De rechtbank had de behoefte van het kind berekend op basis van het gezamenlijke inkomen van beide ouders, maar het hof vernietigde deze beslissing en koos voor een methode waarbij de behoefte wordt bepaald door het gemiddelde van de situatie waarin de behoefte volledig wordt gebaseerd op het inkomen van de moeder en de situatie waarin deze volledig wordt gebaseerd op het inkomen van de vader. De Hoge Raad oordeelt dat het hof binnen zijn beoordelingsmarge heeft gehandeld en dat geen rechtsregel bestaat die vereist dat alleen het inkomen van de onderhoudsplichtige wordt meegewogen.
De Hoge Raad benadrukt dat de behoefte van het kind mede wordt bepaald door het inkomen van de ouder bij wie het kind niet woont, maar dat dit niet zonder meer betekent dat het gezamenlijke gezinsinkomen als uitgangspunt moet gelden. De zaak bevestigt de toepassing van de Trema-normen en de noodzaak om rekening te houden met de feitelijke situatie van het kind en de ouders bij de vaststelling van de alimentatiebehoefte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof bevestigd dat de behoefte van het kind wordt vastgesteld op basis van een gemiddelde van de inkomens van beide ouders.