ECLI:NL:PHR:2008:BC8581
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij op basis van recent rapport
In deze zaak stond de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij centraal. Het hof had bij de berekening gebruikgemaakt van een rapport uit april 2005 van het Bureau Ontnemingswetgeving van het Openbaar Ministerie, waarin een gemiddelde opbrengst van 28,2 gram per plant werd gehanteerd. De verdediging stelde dat het hof had moeten uitgaan van een lagere opbrengst van 22 gram per plant, gebaseerd op een ouder rapport van het Gerechtelijk Laboratorium uit 1995.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het recentere rapport uit 2005 als uitgangspunt had genomen, omdat dit onderzoek beter aansloot bij de actuele omstandigheden van de hennepkwekerij. Het hof hoefde niet uit te gaan van het oudere rapport, dat ongeveer tien jaar eerder was opgesteld. De keuze van het hof was niet onbegrijpelijk en het cassatiemiddel faalde.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dan ook dat het cassatieberoep verworpen moet worden. Er waren geen gronden voor de Hoge Raad om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. De zaak betreft een bevestiging van de gehanteerde methode voor het berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerijen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof mocht uitgaan van een gemiddelde opbrengst van 28,2 gram per hennepplant bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.