ECLI:NL:PHR:2008:BC9186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens smaad met ruchtbaarheid geven niet bewezen
De zaak betreft een veroordeling door het hof wegens smaad op grond van artikel 261 Sr Pro, waarbij verdachte beschuldigingen uitte over ontuchtige handelingen van de aangever jegens zijn minderjarige dochter. Het hof achtte bewezen dat verdachte met het kennelijke doel aan ruchtbaarheid te geven een anonieme brief aan de moeder van het kind had gestuurd met deze beschuldigingen.
De Hoge Raad onderzoekt of sprake is van het vereiste 'ruchtbaarheid geven', dat wil zeggen het ter kennis brengen van de beschuldigingen aan een bredere kring van derden. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte de brief met het kennelijke doel aan derden heeft verspreid. Het enkele feit dat de brief aan de moeder werd gestuurd en dat zij de inhoud aan de aangever en huisarts mededeelde, is onvoldoende.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende heeft gemotiveerd en spreekt verdachte vrij. Tevens behandelt de Hoge Raad de klachten over de concreetheid van de beschuldigingen en het beroep op goede trouw, en verwerpt deze klachten. De zaak wordt afgedaan zonder verdere behandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het kennelijke doel om aan de beschuldigingen ruchtbaarheid te geven.