ECLI:NL:PHR:2008:BC9528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot verkrachting ondanks discussie over bewijswaardering
In deze zaak stond verdachte terecht voor poging tot verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een minderjarig meisje. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte het meisje had uitgenodigd, misbruik maakte van zijn geestelijk en fysiek overwicht en meerdere pogingen deed tot seksuele penetratie, zonder dat het misdrijf was voltooid.
De bewezenverklaring was mede gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en een deskundigenrapport van prof. dr. Wagenaar, die geen aanwijzingen vond om aan de betrouwbaarheid van de verklaring te twijfelen. De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het de verklaring van het slachtoffer wel betrouwbaar vond voor het subsidiaire feit, maar niet voor het primaire feit.
De Hoge Raad oordeelde dat de waardering en selectie van bewijsmateriaal aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof niet verplicht is om die beslissing nader te motiveren, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het cassatiemiddel faalde daarom en het beroep werd verworpen.
Het hof had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging. Tevens waren aan verdachte betalingsverplichtingen opgelegd ten behoeve van de benadeelde partijen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof en de opgelegde straf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte voor poging tot verkrachting en aanranding met een gevangenisstraf van twee jaar en ter beschikking stelling.