ECLI:NL:PHR:2008:BD0452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kostenverhaal verblijf en verzorging in psychiatrisch ziekenhuis op Minister van Justitie
In deze zaak heeft de officier van justitie een voorlopige machtiging tot opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis verzocht. Betrokkene heeft via haar raadsman verzocht om in de beschikking op te nemen dat de kosten van verblijf en verzorging volledig door de Minister van Justitie gedragen dienen te worden. De rechtbank heeft dit verzoek niet ingewilligd en de voorlopige machtiging verleend zonder uitspraak over de kostenverdeling.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte niet op haar verzoek is ingegaan. De Hoge Raad overweegt dat op verzoeken tot voorlopige machtiging de verzoekschriftprocedure van toepassing is, waarbij een zelfstandig verzoek in een verweerschrift slechts kan worden behandeld indien het betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het verzoek van betrokkene niet in hetzelfde geding kan worden behandeld vanwege het ontbreken van samenhang en het belang van een spoedige beslissing.
Verder overweegt de Hoge Raad dat de kosten van geneeskundige zorg in een psychiatrisch ziekenhuis sinds 1 januari 2008 in beginsel worden gedragen door de zorgverzekeraar gedurende het eerste jaar en daarna door de AWBZ. De Minister van Justitie is niet wettelijk verantwoordelijk voor deze kosten bij gedwongen opname op grond van de Wet Bopz, anders dan bij gedetineerden. De klacht dat dit ongelijk is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou zijn, faalt. Ook is geen prejudiciële vraag aan het HvJ EU nodig.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot kostenverhaal op de Minister van Justitie.
Uitkomst: Het verzoek om de kosten van verblijf en verzorging volledig ten laste van de Minister van Justitie te leggen is afgewezen.