ECLI:NL:PHR:2008:BD2772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid tenlastelegging gewoonteheling en gewoontewitwassen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem, waarin verdachte werd veroordeeld wegens gewoonteheling en gewoontewitwassen van grote geldbedragen in de periode 2000-2003. Verdachte werd beschuldigd van het herhaaldelijk vervoeren van grote sommen geld naar Turkije en Dubai, wetende dat deze afkomstig waren uit misdrijf.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte en medeverdachten, proces-verbaal van politieonderzoek, en lijsten met reisgegevens. De verdediging voerde onder meer aan dat de tenlastelegging niet voldoende feitelijk was omschreven en dat bepaalde verklaringen onrechtmatig waren verkregen.
De Hoge Raad oordeelde dat de termen 'verbergen' en 'verhullen' in de wet voldoende feitelijke betekenis hebben en dat de dagvaarding voldeed aan de eisen van artikel 261 Sv Pro. Ook werd geoordeeld dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd was en dat het hof terecht had vastgesteld dat verdachte wist dat het geld van misdrijf afkomstig was. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor gewoonteheling en gewoontewitwassen.