ECLI:NL:HR:2008:BD2772
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake witwassen en uitleg 'verbergen en/of verhullen'
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd beschuldigd van het plegen van witwassen in de periode van december 2001 tot april 2003. De tenlastelegging betrof het verbergen en/of verhullen van de werkelijke aard, herkomst en rechthebbende van grote geldbedragen, waarvan verdachte wist dat deze afkomstig waren uit drugshandel of een ander misdrijf.
De verdachte stelde in cassatie dat de termen 'verbergen en/of verhullen' in de tenlastelegging onvoldoende feitelijke betekenis zouden hebben, waardoor de dagvaarding nietig zou moeten worden verklaard. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze termen wel degelijk een duidelijke en feitelijke betekenis hebben in de context van art. 420bis Sr en verwierp het middel.
De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem en verwierp het beroep van verdachte.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren op 9 september 2008.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.