ECLI:NL:PHR:2008:BD3129
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor verkeersongeval van fietsende werknemer tijdens werkzaamheden
De zaak betreft een werknemer die tijdens werktijd op de fiets viel door gladheid op de openbare weg en letselschade opliep. De werknemer vorderde schadevergoeding van haar werkgever, Stichting Maatzorg, primair op grond van art. 7:658 BW Pro (zorgplicht werkgever) en subsidiair op art. 7:611 BW Pro (goed werkgeverschap).
De rechtbank oordeelde dat Maatzorg aansprakelijk was op grond van art. 7:658 BW Pro omdat zij onvoldoende instructies had gegeven en geen adequate verzekering had afgesloten. Het hof stelde echter dat het ongeval buiten het gezagsgebied van de werkgever viel en dat art. 7:611 BW Pro van toepassing was. Het hof oordeelde dat fietsen op de openbare weg geen bijzonder risico vormde waarvoor de werkgever had moeten waarschuwen en bekrachtigde het vonnis met verbetering van gronden.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 7:658 BW Pro niet van toepassing is omdat het ongeval buiten het gezagsgebied van de werkgever plaatsvond. Wel is de werkgever op grond van art. 7:611 BW Pro gehouden een behoorlijke verzekering te treffen voor werknemers die in het verkeer deelnemen tijdens hun werkzaamheden. De werkgever heeft deze zorgplicht geschonden door geen adequate verzekering te bieden, waardoor zij aansprakelijk is voor de schade van de werknemer.
De conclusie bespreekt uitgebreid de juridische kaders, de verhouding tussen art. 7:658 en Pro 7:611 BW, de maatschappelijke context, internationale verplichtingen en de wenselijkheid van een redelijke verzekeringsplicht voor werkgevers. Tevens wordt een toekomstgerichte visie gegeven op de ontwikkeling van werkgeversaansprakelijkheid en verzekeringsdekking voor arbeidsongevallen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 7:611 BW wegens het ontbreken van een adequate verzekering.