ECLI:NL:PHR:2008:BD3692
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onbegrijpelijke strafmotivering bij overtreding art. 30 WAM
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig in strijd met artikel 30 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Het hof legde een onvoorwaardelijke hechtenis van twee weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden op, mede gebaseerd op eerdere veroordelingen van de verdachte.
In cassatie werd aangevoerd dat twee van de drie eerdere veroordelingen waarop het hof zich baseerde, dateren van ná het gepleegde feit, waardoor deze geen invloed konden hebben gehad op het gedrag van de verdachte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft gemotiveerd door te stellen dat deze latere veroordelingen de verdachte er kennelijk niet van hebben weerhouden het feit te plegen.
Daarnaast werd betoogd dat het hof de recidiveregeling voor overtredingen van artikel 30 WAM Pro niet heeft toegepast. De Hoge Raad benadrukt dat deze richtlijn van het Openbaar Ministerie niet bindend is voor de rechter en dat afwijking daarvan geen reden tot cassatie vormt.
De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging uitsluitend vanwege de onbegrijpelijke strafmotivering en zal een passende beslissing nemen op basis van artikel 440 Sv Pro, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onbegrijpelijke motivering en zal een passende beslissing nemen.