ECLI:NL:HR:2008:BD3692

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01405/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 WAMArt. 36 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 440 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onbegrijpelijke motivering bij herhaalde overtreding WAM

De verdachte werd veroordeeld voor het onbeveiligd laten staan van een motorrijtuig zonder verzekering op 19 juni 2004. Het hof motiveerde de strafoplegging mede door eerdere veroordelingen van de verdachte voor dezelfde overtreding, waaronder twee veroordelingen die dateren ná het gepleegde feit.

De Hoge Raad oordeelde dat deze strafmotivering onbegrijpelijk is omdat het hof strafbare feiten die na het bewezenverklaarde feit plaatsvonden, niet in aanmerking mag nemen bij de strafoplegging. Hierdoor werd de strafoplegging vernietigd.

De zaak werd terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging, waarbij het hof de straf opnieuw moet bepalen zonder de onjuiste motivering. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.

De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en begrijpelijke motivering van strafopleggingen, met correcte toepassing van feiten en eerdere veroordelingen binnen de juiste tijdsvolgorde.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

16 september 2008
Strafkamer
nr. S 01405/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 januari 2007, nummer 22/005303-06, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak ten aanzien van de strafoplegging en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gegronde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het Hof heeft de verdachte ter zake van overtreding van art. 30 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) tot straf veroordeeld.
2.2. Het middel behelst onder meer de klacht dat het Hof de oplegging van de straf onvoldoende met redenen heeft omkleed nu het in aanmerking heeft genomen dat de verdachte driemaal eerder ter zake van overtreding van art. 30 WAM Pro is veroordeeld, terwijl twee van die veroordelingen dateren van na het plegen van het bewezenverklaarde feit.
2.3.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 19 juni 2004 te 's-Gravenhage als degene aan wie het kenteken in de zin van artikel 36 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 was opgegeven van een motorrijtuig (auto), met het kenteken [AA-00-BB], dat motorrijtuig op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Hoefkade, heeft laten staan, zonder dat hij voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig genoemde Wet had gesloten en in stand gehouden."
2.3.2. Het Hof heeft de oplegging van de straf als volgt gemotiveerd:
"Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 5 december 2006, reeds eerder op 22 juni 2006, op 29 september 2004 en op 2 juni 1999 is veroordeeld voor een overtreding van artikel 30 Wet Pro aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, alsmede vele malen veroordeeld voor het plegen van andere strafbare feiten hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen."
2.4. 's Hofs strafmotivering, voor zover inhoudende dat "de verdachte (...) reeds eerder op 22 juni 2006, op 29 september 2004 (...) is veroordeeld voor een overtreding van art. 30 Wet Pro aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (...) hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen" is onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het onderhavige feit is begaan op 19 juni 2004.
2.5. De klacht is gegrond.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 september 2008.