ECLI:NL:PHR:2008:BD5713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid opzegging dienstverband niet bewezen in geschil over opzegging apothekersassistente
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een apothekersassistente en haar werkgever, Azivo. De assistente had haar dienstverband opgezegd per 1 september 2002, waarna Azivo deze opzegging aanvaardde. Zij stelde echter dat zij onder druk van Azivo onvrijwillig had opgezegd en dat Azivo zich niet als een goed werkgever had gedragen, onder meer door valselijk demoniseren en samenspanning met een andere apotheek. Zij vorderde nietigheid van de opzegging en doorbetaling van loon.
De rechtbank stelde een bewijsopdracht aan de assistente om aan te tonen dat zij onder dwang had opgezegd. Na getuigenverhoren oordeelde de rechtbank dat dit niet was bewezen en wees de vorderingen af. Het hof bekrachtigde dit oordeel en verwierp de stellingen over dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden. Het hof overwoog dat de opzegging welbewust en vrijwillig was, maar dat de assistente zich had verkeken op haar nieuwe dienstverband.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de bewijsopdracht en de beoordeling van het bewijs niet onbegrijpelijk heeft gemaakt. Ook de klachten over partijdigheid en procedurele fouten slagen niet. De Hoge Raad bevestigt dat een werkgever na instemming met een opzegging niet verplicht is de werknemer terug te nemen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de opzegging van het dienstverband rechtsgeldig is.