ECLI:NL:PHR:2008:BD5715
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervroegde onteigening zonder onherroepelijke planologische grondslag toegestaan bij aanleg infrastructuur
In deze zaak stond centraal of voor een onteigening op grond van titel IIa van de Onteigeningswet vereist is dat het bouwplan of de planologische grondslag onherroepelijk is goedgekeurd. De zaak betrof de vervroegde onteigening van percelen ten behoeve van de aanleg van de omlegging van de provinciale weg N201. De eiser voerde aan dat onteigening pas kan plaatsvinden nadat de planologische besluiten onherroepelijk zijn geworden en door een onafhankelijke rechter zijn getoetst.
De rechtbank en Hoge Raad verwierpen dit betoog. Zij oordeelden dat titel IIa Ow geen eis van een onherroepelijke planologische grondslag stelt, in tegenstelling tot titel IV Ow (bestemmingsplanonteigening). Wel moet er voldoende zekerheid bestaan omtrent de planologische inpassing van het werk. De planologische procedures kunnen parallel aan de onteigeningsprocedure lopen. De Hoge Raad bevestigde dat enige onzekerheid over de uitkomst van de planologische procedure acceptabel is en dat de onteigeningsrechter de vordering kan afwijzen als planologische inpassing onhaalbaar lijkt, maar dat enkele twijfel onvoldoende is.
De Hoge Raad ging ook in op de rol van de Provincie in de planologische besluitvorming en concludeerde dat dit geen misbruik van recht oplevert. Daarnaast werd geoordeeld dat de eiser voldoende mogelijkheden heeft om planologische bezwaren aan te voeren via bezwaar- en beroepsprocedures. De rechtbank had ook geoordeeld dat de Provincie de Kroon niet onjuist had geïnformeerd over geluidsbelastingonderzoeken. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis van vervroegde onteigening met schadeloosstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat onteigening op grond van titel IIa Onteigeningswet zonder onherroepelijke planologische grondslag is toegestaan mits voldoende zekerheid over planologische inpassing bestaat.