ECLI:NL:HR:2001:AB1246
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid vervroegde onteigening ten behoeve van bouwplan Nieuw Water Zuid te Rotterdam
In deze zaak vorderde de gemeente Rotterdam de vervroegde onteigening van een onroerende zaak ten behoeve van het bouwplan Nieuw Water Zuid in Rotterdam. De Rechtbank stond de onteigening toe, stelde een voorschot op schadeloosstelling vast en liet de Parochie als tussenkomende partij toe.
Eiser stelde in cassatie verschillende gronden aan de orde, waaronder de vraag of gedeputeerde staten gehoord hadden moeten worden en of het bouwplan voldoende planologisch was goedgekeurd. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op de Parochie als tussenkomende partij en dat het beroep voor het overige ongegrond was.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 77 lid 3 van Pro de Onteigeningswet ziet op het gemeentebestuur en niet op gedeputeerde staten, en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet vereist dat gedeputeerde staten belanghebbenden zelf horen in de procedure voor de verklaring van geen bezwaar. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het niet noodzakelijk is dat een bouwplan tot in hoogste instantie planologisch is goedgekeurd voordat onteigening kan plaatsvinden, mits aannemelijk is dat een bouwvergunning kan worden verleend.
Verder verwierp de Hoge Raad het verweer dat een wijziging van het aantal bouwkavels het bouwplan wezenlijk zou wijzigen, en bevestigde dat de onteigening plaatsvindt ten behoeve van het bouwplan waarvoor onteigend wordt. De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de rechtmatigheid van de vervroegde onteigening ten behoeve van het bouwplan Nieuw Water Zuid.