ECLI:NL:PHR:2008:BD6200
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid verdachte bij bedrijfsinbraken
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere bedrijfsinbraken bij filialen van [A] B.V. in oktober 2005. Het hof achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van modus operandi, waarnemingen nabij de plaats delict, voertuigbewegingen en telefoonstilte.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de bewezenverklaring van de inbraken onder parketnummer 01-889071-05 feit 6 (zaak 25 en 26) niet zonder meer uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Er is geen direct bewijs dat verdachte ter plaatse was tijdens de inbraken, noch andere aanwijzingen die zijn betrokkenheid overtuigend maken. De verklaring van een getuige die drie personen zag bij de locatie wordt door het hof gebruikt als bewijs van voorbereiding, maar de Hoge Raad acht deze uitleg niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op de onder 6 bewezenverklaarde feiten, de strafoplegging en de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor die feiten. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen bij de straftoemeting in aanmerking moet worden genomen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor bewezenverklaring van inbraken onder parketnummer 01-889071-05 feit 6 en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.