ECLI:NL:PHR:2008:BD7257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bezit radarontvangstapparaat ondanks ontbreken bedieningsunit
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens het bezit van een radarontvangstapparaat in haar auto, ondanks dat het bedieningspaneel (bedieningsunit) ontbrak. De politie had een radardetector-detector gebruikt die afging, waarna het apparaat achter de bumper werd aangetroffen. Verdachte voerde verweer dat zonder bedieningsunit geen sprake was van een radarontvangstapparaat zoals bedoeld in art. 5.1.6 Voertuigreglement.
Het Hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de technische bestemming van het apparaat bepalend is, niet of het op het moment van constatering functioneerde. Ook het beroep op afwezigheid van alle schuld werd afgewezen omdat verdachte niet aannemelijk maakte dat zij zich had laten adviseren door een deskundige.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof het verzoek tot het horen van getuigen over de technische werking van het apparaat niet gemotiveerd had afgewezen, wat een vormverzuim is. Dit leidt echter niet tot cassatie omdat dit voor de strafrechtelijke beoordeling niet van belang is. De overige middelen faalden en de Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens ontbreken gemotiveerde beslissing op getuigenverzoek en verwijst zaak terug.